Naar de inhoud
Zeven MeterMagazine over handbal, van de spelregels tot de competitie

Spelregels

Pijnstillers en handbal: wat is verstandig na een wedstrijd

Wat gebeurt er met spieren en gewrichten na handbal, en wanneer is een pijnstiller zoals diclofenac een optie? Nuchtere uitleg voor spelers, ouders en trainers.

Een handbal ligt naast een ijszak en een tube gel op een houten bank in de sporthal, met fel licht van de hal achterin het beeld.

Spierpijn en kleine blessures horen bij het handbal, maar een pijnstiller is zelden de eerste stap. Bij gewrichtspijn, een verstuikte enkel of overbelaste schouder geldt vooral rust, koeling en een geleidelijke belastingopbouw. Wie toch overweegt een ontstekingsremmer te nemen, bijvoorbeeld diclofenac, doet er goed aan zich eerst te informeren over werking, dosering en wanneer een arts of apotheker nodig is, zoals uitleg over diclofenac en pijnstillers in het Nederlands samenvat.

Waarom doet handbal vaak pijn achteraf?

Handbal is een contactsport met sprints, sprongen, worpen en richtingsveranderingen. Een training of wedstrijd vraagt veel van de kuiten, de bovenbenen, de schouders en de polsen. Na een inspanning ontstaan kleine scheurtjes in de spiervezels. Dat is normaal: het lichaam herstelt die schade zelf en de spier wordt daar sterker van. Het resultaat voelt aan als spierpijn, meestal een dag of twee na de inspanning.

Anders ligt het bij pijn rond een gewricht. Een verzwikte enkel op een landing, een klap tegen een vinger bij een schotblok of een overbelaste schouder na veel worpen geeft vaak een reactie van het lichaam: het gewricht wordt warm, dik en gevoelig. Dat is een ontstekingsreactie, een natuurlijke verdediging van het weefsel. Ontsteking is dus niet per definitie iets slechts, maar als de klacht aanhoudt, belemmert hij het spelen en het slapen.

Wanneer is een pijnstiller een optie, en wanneer niet?

Bij gewone spierpijn helpt geen enkele pijnstiller beter dan tijd, licht bewegen en voldoende drinken. Een pijnstiller onderdrukt het signaal of de reactie, maar herstelt geen weefsel. Voor spierpijn na een training is paracetamol eventueel een optie als de pijn het slapen verstoort, al is het verstandig eerst te kijken naar slaaphouding en belasting.

Bij een duidelijke ontstekingsreactie, zoals een dikke enkel na een verzwikking, komen ontstekingsremmende middelen in beeld, de zogenaamde NSAID's. Diclofenac en ibuprofen horen bij die groep. Ze remmen de ontsteking en verminderen daardoor pijn en zwelling. Toch is ook hier voorzichtigheid geboden. Deze middelen hebben bijwerkingen, vooral voor de maag, de nieren en het hart, en ze zijn niet bedoeld voor langdurig gebruik zonder overleg. Voor jeugdspelers geldt extra terughoudendheid: geef een jongere nooit zomaar een ontstekingsremmer, maar raadpleeg de huisarts of apotheker.

Een belangrijke vuistregel voor elke sporter: een pijnstiller mag nooit dienen om toch maar te kunnen spelen met een blessure. Pijn is een waarschuwingssignaal. Wie dat signaal wegdrukt en doorsport, riskeert een grotere blessure en een langere hersteltijd.

Wat is het verschil tussen paracetamol, diclofenac en ibuprofen?

Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend, maar remt geen ontsteking. Het is doorgaans het mildste middel en belast de maag niet. Voor hoofdpijn of algemene spierpijn is het vaak de eerste keus.

Diclofenac en ibuprofen zijn allebei ontstekingsremmers. Ze verminderen pijn, zwelling en stijfheid door ingrijpen op de ontstekingsreactie zelf. Ibuprofen is in lage dosering vrij verkrijgbaar en vrij bekend. Diclofenac bestaat in Nederland als gel en als tabletten, met 50 mg als een gebruikelijke dosering per tablet. De keuze tussen beide middelen hangt af van de klacht, de persoon en eventuele andere medicijnen. Iemand met maagklachten, hartproblemen of een nieraandoening moet deze middelen juist vermijden of er eerst over praten met een arts of apotheker.

Er bestaat ook een verschil tussen de vorm van het middel. Een gel smeert u ter plaatse, bijvoorbeeld op een pijnlijke enkel of schouder, en werkt daar lokaal. Een tablet werkt in het hele lichaam, is vaak sterker van werking maar geeft ook vaker bijwerkingen. Bij een lokale sportblessure is een gel daarom soms een logischer startpunt, al blijft ook daar de vraag of het middel nu al nodig is.

Hoe kan een speler herstel ondersteunen zonder medicijnen?

Bij een verse blessure, zoals een verzwikte enkel in de zaal, werken de bekende principes: stop de activiteit, koel het gewricht gedurende de eerste dagen met tussenpozen, leg het been hoog en geef het rust. Koelen vermindert zwelling en pijn en is een eenvoudige eerste stap die elke speler, ouder of trainer aan de kant van de zaal kan zetten.

Na de eerste dagen verschuift de aandacht naar herstel en beweging. Spieren en gewrichten hebben beweging nodig om te herstellen, maar wel beweging binnen de pijngrens. Lopen, fietsen en oefeningen met lichte weerstand bouwen het vertrouwen in het gewricht weer op. Ook slaap verdient aandacht: tijdens de slaap herstelt het lichaam het meest, en een vast slaapritme helpt bij het herstel van een blessure. Warmte kan bij oudere, stijve spieren verlichting geven, terwijl kou beter past bij een verse, gezwollen blessure. Wanneer kou of warmte, hangt af van de fase van de blessure, en bij twijfel weet een fysiotherapeut of huisarts hierover mee te praten.

Wanneer moet een handballer naar de dokter?

De meeste kleine blessures herstellen binnen enkele dagen tot twee weken met rust en geleidelijke opbouw. Er zijn echter signalen waarbij overleg met de huisarts nodig is. Ga langs bij aanhoudende of toenemende zwelling, bij pijn die na een week niet minder wordt, bij pijn 's nachts of in rust, bij het niet kunnen belasten van een enkel of knie, en bij een gewricht dat er heet en erg dik uitziet. Ook een klap tegen het hoofd, met duizeligheid of misselijkheid tot gevolg, hoort direct medisch beoordeeld te worden.

Wie al een ontstekingsremmer gebruikt en last krijgt van maagpijn, braakneigingen, vochtophoping of kortademigheid, stopt met het middel en neemt contact op met de huisarts of apotheker. Bijwerkingen kunnen gemeld worden bij het bijwerkingencentrum Lareb, zodat meer bekend wordt over de veiligheid van geneesmiddelen in de praktijk. Voor ouders van jeugdspelers geldt: laat je informeren door de apotheek voordat je een kind iets geeft, ook bij vrij verkrijgbare middelen.

Hoe voorkom je blessures in een handbalseizoen?

Een goed warmlopen met aansluitendeworpen en sprints bereidt spieren en gewrichten voor op de belasting. Dat kost tien minuten en scheelt veel ellende. Daarnaast helpt een geleidelijke opbouw na een zomerstop of vakantie: het lichaam heeft weken nodig om de sprongkracht en worpbelasting weer op te bouwen.

Krachttraining, vooral voor enkels, knieën en schouders, vermindert het risico op overbelasting. Ook goede schoenen met voldoende grip op de zaalvloer maken verschil, netals tijdige rust bij signalen zoals aanhoudende pijn aan een pees. Trainers en begeleiders kunnen hierin een rol spelen door de trainingsbelasting af te wisselen en spelers serieus te nemen als zij aangeven dat iets pijn doet. Een speler die eerder stopt met een training, mist minder wedstrijden dan een speler die doorsport en maandenlang langs de kant staat.

Kortom: pijnstillers en ontstekingsremmers hebben een plaats, maar die plaats is bescheiden en ligt na overleg, niet als vervanging van rust en herstel. Bij twijfel over een middel, een dosering of de combinatie met andere medicijnen geeft de apotheker helder advies, en goede voorlichting vooraf helpt om tot een verstandige keuze te komen.