Handbal in Limburg
Rodzaje obuwia: kiezen per sport
Welke schoenen horen bij welke sport? Uitleg over hardloopschoenen op asfalt, korki en halówki bij voetbal en schoenen voor een bergpad.
Voor hardlopen op asfalt kies je lichte, goed gedempte schoenen met een stroeve buitenzool en een drop die past bij hoe je landt. Voor voetbal op gras zijn korki met vaste noppen nodig, voor zaalvoetbal of handbal in de zaal halówki met een platte, niet-markerende zool. Voor een bergpad kies je schoenen met een stevige profielzool, een beschermende rand en genoeg ruimte voor de tenen bij het dalen.
Wie wil begrijpen wat hij koopt, kan terecht bij een onafhankelijk magazine dat de buty do biegania asfalt en andere soorten sportschoenen per gebruik bespreekt, van zoolprofiel tot materiaal en maat. Hieronder staan de drie keuzes die het vaakst terugkomen bij spelers, ouders en vrijwilligers van Zeven Meter.
Jakie buty do biegania wybrać na asfalt?
Asfalt is hard en eentonig. Elke stap komt vrijwel ongefilterd door in je voeten, knieën en heupen. Een hardloopschoen voor de weg heeft daarom meer demping dan een trailschoen, maar mag niet zo zacht zijn dat je wegzakt en onstabiel wordt. Zoek een schoen met een dempende tussenzool van EVA of een vergelijkbaar schuim, een hielkap die je voet vasthoudt en een buitenzool van gewoon rubber met een ondiep profiel. Diepe noppen zijn voor asfalt juist nadelig: ze slijten snel en geven een onrustig gevoel.
Let op de drop, het hoogteverschil tussen hiel en voorvoet. Een drop van acht tot twaalf millimeter is een gangbare keuze voor wie op de hiel landt. Land je meer op de middenvoet, dan kan een lagere drop prettig zijn, maar bouw dat rustig op. Belangrijker dan de cijfers is de pasvorm: bij het hardlopen zet je voet uit, dus er moet ongeveer een duimbreedte ruimte zijn bij de langste teen. Loop altijd een stukje op de schoen, bij voorkeur op een harde ondergrond, en niet alleen binnen.
Voor wie in Margraten en omgeving traint, is een tweede paar geen luxe. Asfalt en beton slijten de zool sneller dan bosgrond. Wissel je schoenen af, dan krijgen de dempende materialen tijd om te herstellen en gaan ze langer mee. Bewaar het paar voor de weg apart van het paar voor het veld, want modder en zand in de zool doen de demping geen goed.
Czym różnią się korki od halówek?
Korki en halówki lijken op elkaar, maar ze zijn voor totaal verschillende ondergronden gemaakt. Korki zijn voetbalschoenen met noppen onder de zool, bedoeld voor gras. De noppen grijpen in de grasmat en zorgen voor grip bij sprinten, draaien en afzetten. Er zijn uitvoeringen met vaste noppen voor stevig, goed onderhouden gras en met schroefnoppen voor wisselende omstandigheden. Op kunstgras zijn aparte modellen nodig, met kortere en talrijkere noppen, omdat de vezels anders in de zool blijven haken.
Halówki zijn schoenen voor de zaal, met een platte zool van rubber zonder noppen. Ze zijn bedoeld voor een harde, gladde vloer in een sporthal. De zool is stroef genoeg om niet weg te glijden, maar laat geen strepen achter op de vloer. Dat laatste is geen detail: een zool die strepen achterlaat, kan de zaal tijdelijk onbruikbaar maken en levert de vereniging kosten op. Voor handbal in de zaal gelden dezelfde eisen: een platte zool, geen noppen, en een schoen die zijwaartse bewegingen aankan.
Het verschil zit dus niet in het merk of de prijs, maar in de ondergrond. Gras vraagt om grip die de bodem in gaat, een zaalvloer vraagt om een vlakke zool die contact houdt. Wie met korki de zaal in loopt, glijdt uit of beschadigt de vloer. Wie met halówki het gras op gaat, heeft geen grip en speelt onveilig. Kijk voor het kopen op het wedstrijdreglement en op de ondergrond waar je het meest speelt, niet op de kleur van het shirt.
Jakie buty wybrać na górski szlak?
Op een bergpad telt bescherming meer dan snelheid. De ondergrond is oneffen, nat en soms los. Een schoen voor het bergpad heeft een zool met een diep profiel dat in modder en grind grip vindt, een stevige tussenzool die scherpe stenen afzwakt en een bovenkant die water afstoot. Een rand rond de teen beschermt tegen stoten, en een hogere schacht geeft steun op hellingen.
De maat is hier extra belangrijk. Bij het dalen schuift je voet naar voren. Is de schoen te krap, dan stoten je tenen bij elke stap tegen de voorkant. Meet je voet aan het einde van de dag, want voeten zetten dan uit, en pas de schoen met de sokken die je tijdens de tocht draagt. Voor een korte wandeling in het Limburgse heuvelland volstaat een lichte wandelschoen. Voor een meerdaagse tocht in de Ardennen of de Alpen is een stijvere schoen met meer enkelsteun verstandig.
Onderhoud verlengt de levensduur. Modder droog je eerst bij kamertemperatuur en borstel je er daarna af. Zet natte schoenen nooit op de verwarming of in de felle zon, want leer en lijm verdragen geen hitte. Stop krantenpapier in de schoen om vocht op te nemen en laat ze in een goed geventileerde ruimte drogen. Zo blijven zool en bovenkant langer heel.
Waarom de zool de keuze bepaalt
De buitenzool is het enige deel van de schoen dat de ondergrond raakt. Kijk er dus eerst naar. Een gladde rubberzool hoort bij de zaal, een zool met noppen bij gras, een zool met diep profiel bij het pad en een ondiep profiel bij asfalt. Fabrikanten gebruiken verschillende rubbersamenstellingen: zachter rubber geeft meer grip maar slijt sneller, harder rubber gaat langer mee maar grijpt minder op natte tegels.
Ook de tussenzool verdient aandacht. Die bepaalt hoe zacht of stevig de schoen aanvoelt. Bij hardlopen op asfalt wil je demping, bij zaalsport wil je een laag profiel en direct contact met de vloer, bij wandelen wil je stijfheid zodat je voet niet doorbuigt op stenen. Wie dit onderscheid begrijpt, koopt niet op gevoel maar op gebruik.
Maat, breedte en pasvorm
Een goede schoen zit in de lengte ruim en in de breedte niet knellend. Meet je voet op een vel papier, met je hiel tegen de muur, en meet van hiel tot langste teen. Doe dat voor beide voeten, want ze verschillen vaak een paar millimeter. Kies de maat van de langste voet. Is je voet breed of heb je een hoge wreef, dan is een model met een ruimer voorwerk of een aparte breedtemaat nodig.
Voor spelers die veel trainen, is een tweede paar verstandig. Demping herstelt tussen twee trainingen door, en vochtige schoenen drogen beter als ze niet elke dag aan de voet zitten. Voor jeugdspelers die nog groeien, is een schoen die precies past beter dan een paar maten te groot: te grote schoenen geven geen steun en veroorzaken blaren.
Onderhoud en materiaal
Leer vraagt om een vochtige doek en af en toe een onderhoudsproduct. Mesh en synthetische stoffen verdragen geen agressieve middelen en droog je aan de lucht. Verwijder zand en modder uit het profiel voordat je de schoen wegzet, want vocht en vuil tasten de zool aan. Laat schoenen niet in een afgesloten tas staan, maar in een open, droge ruimte. Tegen geurtjes helpt het om de binnenzool eruit te halen en apart te laten drogen.
Voor de vereniging is dit geen bijzaak. Schoenen die goed passen en bij de ondergrond horen, voorkomen blessures en houden de zaalvloer heel. Wie twijfelt, kan het beste naar een winkel gaan waar de voet wordt gemeten en waar je op de juiste ondergrond kunt passen. Neem je eigen sokken mee en loop, spring en draai zoals je tijdens de wedstrijd doet.