Naar de inhoud
Zeven MeterMagazine over handbal, van de spelregels tot de competitie

Spelregels

De basisregels van het zaalhandbal

Een handbalwedstrijd wordt begrijpelijk zodra je de lijnen op de vloer kunt lezen. Het veld, de doelen, de ploegen en de speeltijd, met de afmetingen erbij.

Leeg handbalveld in een sporthal van boven gezien, met de zes meterlijn, de negen meterlijn en het strafworpstreepje duidelijk zichtbaar

Een handbalwedstrijd in de zaal draait om één vraag: wie gooit de bal vaker in het doel van de tegenstander, een opening van drie bij twee meter? Deze pagina legt de basis vast: het veld, het doel, de ploegen, de speeltijd en de drie lijnen bij het doel waarop het spel beslist wordt.

Handbal wordt gespeeld door twee ploegen van elk zeven spelers, zes veldspelers en een keeper, en een punt valt zodra de bal de doellijn volledig is gepasseerd. Dit artikel gaat over het zaalhandbal, de spelvorm die het oudere veldhandbal inmiddels naar de achtergrond heeft gedrongen. In Nederland arriveerde het veldhandbal in 1926 vanuit Duitsland; het zaalhandbal volgde in 1947.

Een veld van 40 bij 20 meter, overal lijnen

Het speelveld is een rechthoek van 40 meter lang en 20 meter breed, in twee speelhelften verdeeld door de middellijn. In het midden van beide achterlijnen staat een doel, met daarvoor het doelgebied. Elke lijn hoort bij het vlak dat hij begrenst, en voor de middellijn betekent dat hij bij beide helften hoort. De doellijn tussen de doelpalen is 8 centimeter breed, alle overige lijnen 5 centimeter. Zelfs de bank kent een markering: de wissellijn loopt vanaf de middellijn tot een punt 4,5 meter verderop, aangegeven met strepen van 15 centimeter.

Wat doen de lijnen op 6, 7 en 9 meter?

Voor elk doel liggen drie lijnen die het hele spel ordenen, alle drie genoemd naar hun afstand tot de doellijn.

LijnAfstand tot de doellijnFunctie
6-meterlijnzes meterbegrenst het doelgebied, waar alleen de keeper staat
7-meterlijnzeven meterbeginpunt van de strafworp, één meter lang
9-meterlijnnegen metervrijeworplijn, onderbroken lijn bij overtredingen

De 6-meterlijn bestaat uit twee kwartcirkels van zes meter, uitgezet vanuit de binnenste achterste hoek van de doelpalen en verbonden door een lijn evenwijdig aan de doellijn. Een veldspeler mag het doelgebied niet betreden, maar er wel in springen, mits de bal de hand heeft verlaten voordat hij de grond raakt. De 9-meterlijn ligt drie meter voor die begrenzing: een vrije worp wordt genomen op de plaats van de overtreding, maar altijd op minstens negen meter van het doel. Daartussen, op zeven meter, ligt de één meter lange strafworplijn. Binnen het doelgebied ligt ten slotte de 15 centimeter lange 4-meterlijn, die alleen bij een strafworp van belang is. De volledige afmetingen van veld en doel staan genoteerd op de Wikipedia-pagina over handbal.

Een doel van drie bij twee, een bal in drie maten

Het doel heeft een opening van drie meter breed en twee meter hoog, met palen en een dwarslat die vierkant zijn, 8 centimeter dik en vast verankerd aan grond of muur. Het is tweekleurig, meestal rood en wit, soms blauw-wit of zwart-wit, met een net dat 70 tot 100 centimeter diep hangt. De bal bestaat in drie internationale maten. De grootste, IHF-grootte 3, heeft een omtrek van 58 tot 60 centimeter, weegt 425 tot 475 gram en is voor mannen en jongens van zestien jaar en ouder; op die bal wordt hars gedaan, in de omgang ook col genoemd. Grootte 2 (54 tot 56 centimeter, 325 tot 375 gram) dient voor vrouwen, meisjes van veertien en ouder en jongens van twaalf tot zestien. Grootte 1 (50 tot 52 centimeter, 290 tot 330 gram) hoort bij meisjes van acht tot veertien en jongens van acht tot twaalf. Voor jongere kinderen bestaan kleinere, lichtere ballen, waar geen internationale regels voor bestaan.

Zeven op het veld, zeven op de bank

Elke ploeg telt zeven spelers op het veld, van wie één keeper, en daarnaast zeven reserves op de bank. Een coach stuurt aan, eventueel bijgestaan door een manager, een fysiotherapeut of een keeperstrainer. Het tenue is uniform, de keeper valt duidelijk op en draagt bijna altijd een lange broek; bij officiële wedstrijden heeft elke speler een rugnummer. Wisselen mag onbeperkt, binnen de wissellijn op de eigen helft, en de invaller betreedt het veld pas wanneer de gewisselde speler het speelvlak volledig heeft verlaten, anders volgt een tijdstraf. Veldspelers hebben meestal een vaste positie, van hoekspeler tot opbouwer tot cirkelloper; de keeper staat altijd in het doel en verlaat de cirkel alleen om de bal terug in het spel te brengen of gewisseld te worden. Wie wil weten welke speler waar staat, vindt elke positie apart besproken.

Hoe lang duurt een wedstrijd?

Een seniorenwedstrijd duurt 2 keer 30 minuten, met een rust van 10 of 15 minuten. Na de toss door de scheidsrechter begint de wedstrijd met de beginworp vanaf het midden van het speelveld: alle spelers op de eigen helft, op minimaal drie meter van de middellijn. Na elk geldig doelpunt wordt die opstelling opnieuw ingenomen en neemt de ploeg die de treffer kreeg de worp. De bond voerde bovendien per 1 juli 2026 een nieuwe spelregel in rond de team time-out, geldig in het seizoen 2026-2027 voor de Hoofdklasse en hoger en voor de C-, B- en A-jeugddivisies. Een ploeg mag nu maximaal twee team time-outs per helft nemen, waarvan hooguit één in de laatste vijf minuten van de tweede helft, en zo’n time-out duurt precies een minuut.

Drie passen, drie seconden, en dan afgeven

De bekendste regel van het handbal kent bijna iedereen: met de bal in de hand doe je drie passen, daarna moet er worden gestuit of afgespeeld. Met één hand stuiten mag zo vaak als een speler wil; met twee handen mag de bal maar één keer worden gestuit en niet langer dan drie seconden worden vastgehouden. Spelen kan met handen, armen, hoofd, romp, dijen en knieën, met onderbeen of voet is verboden. Verdedigen gebeurt frontaal: de bal mag de tegenstander uit de handen worden getikt, niet van achteren, en het lichaam mag blokkeren; vastpakken of aanlopen mag niet. Wie geen opening vindt en blijft passen om de klok te laten lopen, krijgt het signaal voor tijdspel, de opgestoken hand, en heeft daarna nog vijf passes om een doelpoging te wagen.

Voor overtredingen bestaat een ladder van straffen: van een vrije worp op minstens negen meter en de 7-meter, via de gele kaart en de tijdstraf van twee minuten, tot de rode kaart; drie keer twee minuten betekent eveneens rood, en bij zware fouten volgt een blauwe kaart met rapportage aan de bond. Hoe stappen en seconden geteld worden in het volle tempo van een wedstrijd, staat in een eigen bespreking.

Kijk bij de eerstvolgende wedstrijd die je bijwoont één helft lang uitsluitend naar de lijnen voor het doel en tel bij elke aanval vanaf de doellijn mee. Zes meter is het domein van de keeper, zeven meter het vertrekpunt van een strafworp, negen meter de grens waarachter elke vrije worp begint. Wie een helft lang zo kijkt, ziet daarna in elke handbalzaal de maten op de vloer staan.

nl.wikipedia.org is de Nederlandstalige editie van de online encyclopedie Wikipedia. De pagina over handbal beschrijft daar de geschiedenis van veld- en zaalhandbal, de ploegen, het speelveld, de bal, de spelregels en de straffen. De infobox noemt de bonden achter de sport, mondiaal de IHF, in Nederland de NHV en in België de KBHB, en vermeldt 22 december 2021 als datum van de laatste bijwerking.